Hoe de coach de docent kan helpen

Johannes Visser, @JohVis, schreef vandaag op de Correspondent een artikel met als titel “Hoe de coach de docent buitenspel zet“. Hoewel ik Johannes Visser begrijp raakte zijn artikel mij, vandaar hierbij mijn reactie.

Om te beginnen, ook ik sta juist om de inhoud met veel enthousiasme voor de klas! Alleen met alleen maar de inhoud komen we er volgens mij niet meer. Johannes Visser wil geen coach zijn, ik wel! Het probleem begint bij het woord coach. Het wordt overal anders gebruikt. Als we alle docenten coach gaan noemen, zoals Johannes Visser volgens mij bedoelt en daarmee stoppen de vakinhoud over te dragen gaan we gedeeltelijk de verkeerde kant op. Naast het frontaal klassikaal overdragen van kennis zijn er natuurlijk wel meer werkvormen denkbaar. Echter de coach, als functie, bestaat ook naast de docent en samen halen we het beste in een student naar boven. We moeten oppassen dat de term coach niet tot verwarring gaat leiden.

57b4e152dd7d6b9e251065c1402169f7

Ik wil wel coach zijn omdat ik merk dat ik door mijn studenten te coachen, ze verder komen in hun opleiding en zich ontwikkelen als mens. En dat is nu precies wat een school volgens mij behoort te doen. Studenten laten groeien, niet alleen met vakkennis en vaardigheden maar ook laten groeien als mens.

Vakinhoud doet ertoe, zeker binnen het Middelbaar Beroepsonderwijs waar ik werkzaam ben. We kunnen geen goede beroepsbeoefenaars diplomeren als ze niet over de juiste en voldoende vakkennis beschikken! Vakinhoud moet dus op orde zijn en overgedragen worden. Maar een student moet wel in staat zijn om deze vakinhoud tot zich te nemen. Veel van mijn studenten, niet allemaal, hebben naast school nogal wat ballen in de lucht te houden. Dit kan zijn de thuissituatie, kinderen, werk (ze betalen zelf hun opleiding) om het over andere problemen die ik tegen kom maar even niet te hebben.

Studenten die onder deze stress hun opleiding volgen hebben juist een coach nodig die naast de vakinhoud zijn studenten aanmoedigt om verder te gaan. Die ze aanspreekt op hun gedrag, op hun aanwezigheid en oog heeft voor de situatie waar ze zich in bevinden. Ze complimenteert, streng toespreekt en luistert op het moment dat het nodig is. Zodat ze open staan om de vakinhoud tot zich te nemen. Zodat mijn enthousiaste collega die geen coach wil zijn ook geen “last” heeft van onze studenten.

Voor wat betreft de onderwijsvernieuwers, over het algemeen vind ik het inspirerend om naar ze te luisteren, met ze in gesprek te gaan maar sinds wanneer hebben zij de wijsheid in pacht en bepalen ze wat er gebeurt in het onderwijs en in de klas. Onderwijsvernieuwers mogen me inspireren maar ik maak, samen met het team waarin ik werk, nog steeds de beslissingen over wat goed is voor onze studenten.

Zonder inhoud ben ik misschien de coach die na de wedstrijd jankend aan de bar hangt. Maar met inhoud ben ik misschien wel de coach die iets toevoegt aan zijn studenten en die hopelijk verder geholpen zijn dan dat ze met alleen inhoud zouden komen.

We zijn het volgens mij dus wel eens Johannes Visser, jij wilt geen coach zijn, prima. Maar laat mij als coach, naast mijn docentschap, mijn werk doen waardoor ze ook bij jou beter in de les zitten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *